Na de operatie
operatie
 

De vorige keer schreef ik over de operatie waarbij mijn ileostoma is opgeheven. Het is inmiddels twee weken geleden dat ik geopereerd ben en hoe het sindsdien is verlopen zal ik in deze blogpost uit de doeken doen. Het nadeel van over iets schrijven wat twee weken geleden is gebeurd terwijl je toen best wel dik onder de pijnstilling zat is dat je je niet alles meer feilloos voor de geest kan halen. Maar ik zal proberen er zo’n accuraat mogelijk verhaal van te maken.

Direct na de operatie had ik ontzettend honger. Zoals ik al verwacht had mocht ik alleen nog maar vloeibare dingen naar binnen werken. En dus kreeg ik bouillon, appelmoes en yoghurt. En een beker vla na. Opvallend vond ik het ook dat ik erge jeuk had over mijn hele lichaam. Ik vermoedde dat dat van de pijnstilling kwam en kreeg dit later ook bevestigd door de verpleegkundige.

Rond middernacht voelde ik me plots misselijk. Ik kon vanuit mijn bed gelukkig net bij de pedaalemmer die onder de wastafel stond zodat ik tenminste daarin kon spugen. Tegelijkertijd voelde ik dat mijn nieuwe aansluiting werkt! De verpleegkundige gaf me iets in het infuus waardoor de misselijkheid verdween en verschoonde de boel voor me. Best lastig dat ik niet voelde dat ik naar de wc moest. Ik hoopte maar heel hard dat dat goed zou gaan komen. Na dit nachtelijke avontuur – waarbij ik trouwens ook nog bijna flauw viel – viel ik gelukkig in slaap. Ik was het slapen in het ziekenhuis nog niet verleerd want het was zo weer ochtend.

In tegenstelling tot vorige keer moest mijn bezoek zich ditmaal wel gewoon aan de bezoektijden houden. Vorige keer was Martijn hele dagen bij me en heeft hij ook een aantal maal bij me op de kamer geslapen.

Dankzij de isolatie werd ik dagelijks als laatst bezocht door de doktoren tijdens hun ronde en als laatst verpleegd. Dat vond ik natuurlijk niet erg aangezien ik totaal geen ochtendmens ben. Wel was ik erg nieuwsgierig naar “mijn nieuwe buik” aangezien de chirurg mij had beloofd dat het veel mooier zou gaan worden dan dat het was. En dat bleek gelukt! In plaats van een kraterlandschap had ik nu een dunne verticale lijn op mijn buik en een gat waar mijn stoma had gezeten; dat moest vanzelf dicht gaan groeien.

’s Middags moest ik “opzitten” in de stoel. Daar had ik tijdens mijn vorige opname ook al zo’n hekel aan. Ook dit keer ging het niet van een leien dakje. Ik voelde me al snel duizelig worden en wilde weer terug naar bed. Maar mijn infuuspaal zat verbonden met het verkeerde stopcontact dus die moest ik eerst met veel moeite ontkoppelen en vervolgens weer inpluggen bij mijn bed. Ik had natuurlijk ook kunnen bellen maar helaas was de verpleegkundige vergeten mij de belknop aan te geven toen ze de kamer verliet. Die hing dus nog bij het bed.

operatie
 

Iedere keer na het eten werd ik misselijk en daarom kreeg ik voor elke maaltijd wat in het infuus om dat tegen te gaan. In de middag kwamen Martijn, Casper en mijn schoonmoeder langs. Daarna kreeg ik eindelijk weer “echt” eten. Normaal zou het me niet blij maken maar de rodekool, aardappeltjes en het sukadelapje smaken nu heerlijk!

Het was inmiddels woensdag en gedurende de ochtend werd de verdoving afgebouwd. Dit zorgde ervoor dat het voelde alsof ik een soort schaafwond op mijn buik had. Halverwege de ochtend werd ik verlost van de blaaskatheter en de ruggenprik. Dit maakte me een stuk mobieler en zorgde ervoor dat ik nu eindelijk weer zelf naar het toilet kon.

Toch voelde ik me deze dag totaal niet goed. Ik merkte het al toen ik een verhaal op Facebook las waar ik om moest huilen. Normaal heb ik daar nooit last van. En juist vandaag kwam Calista langs met mijn ouders. Ik was heel blij om haar te zien en ze kroop gezellig bij me op bed. Maar toen ze weer weg moest heeft ze het hele ziekenhuis bij elkaar gegild. Gelukkig zou het nog maar een paar dagen duren voordat we weer samen thuis zouden zijn.

Net zoals vorige keer trok ik het niet meer om die grote vieze paracetamollen die ik vier keer per dag kreeg weg te spoelen. Mocht ik nog eens het ziekenhuis in gaan dan moet ik eens kijken of ik zelf een variant mee kan nemen die makkelijker te slikken is. Hierdoor belandde ik dus weer in een discussie met de verpleegkundige – toevallig had ik er die dag een die me al totaal niet aanstond – die me ervan probeerde te overtuigen de pillen wel te slikken. En ook dit maakte me weer aan het huilen. Desondanks hield ik voet bij stuk.

Tegen de avond kwam de zaalarts langs om te vertellen dat de kweek positief was. Ik had dus nog steeds de BRMO. Mocht ik nog eens opgenomen worden dan zouden ze dit aan gaan pakken met speciale antibiotica maar voor nu wilden ze het laten voor wat het was. Ook vertelde hij dat ze op vrijdag de ontstekingswaarden in mijn bloed zouden bekijken en dat als deze goed waren ik naar huis zou mogen.

De volgende ochtend ging ik weer voor het eerst douchen. Aangezien ik ditmaal geen privé douche bij mijn kamer had moest ik wachten totdat alle andere patiënten geweest waren en mocht ik toen gebruik maken van de gemeenschappelijke douche op de gang. Zodra ik klaar was ging er een waarschuwing op de deur dat niemand anders hem meer mocht gebruiken in verband met nuclair afval BRMO. Wat ik me verder vooral herinner van deze dag is dat ik me afvroeg wat ik nog in het ziekenhuis deed. Zeker vergeleken met hoe ik vorige keer met ontslag was gestuurd; ik voelde me nu zoveel beter! Ik kon zelf douchen, zelf naar het toilet, zelf aankleden.. allemaal dingen die ik vorige keer zeker niet kon.

Omdat ik de paracetamol niet meer wilde nemen kreeg ik ook geen andere pijnstillers meer. Zolang ik niet hoefde te bewegen had ik ze ook niet nodig, maar bij het opstaan had ik toch best pijn. Dat kan ook eigenlijk niet anders met zulke verse hechtingen en wonden. Nu wilde het geval dat ik na mijn vorige opname een vrachtlading aan oxycodon meegekregen had, ondanks dat ik het toen niet meer gebruikte. Ik liet Martijn dus een doosje meenemen toen hij die middag met mijn moeder langskwam. In ruil daarvoor gaf ik hem een verzameling mandarijnen mee terug zodat het net leek alsof ik die had opgegeten.

De volgende ochtend was het dan eindelijk vrijdag. En ik voelde me goed. Normaal heb ik een “de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is” instelling, maar dit keer had ik er veel vertrouwen in dat ik die middag naar huis zou mogen. Mijn bloed werd al vroeg afgenomen en daarna was het afwachten. Zowel de verpleegkundige – die alles al had voorbereid voor mijn ontslag omdat zij ook overtuigd was dat ik weg zou mogen en ook mijn infuus alvast maar had verwijderd – als de zaalarts verzekerden me dat ze continue aan het checken waren of de uitslag al binnen was.

Tijdens het douchen die ochtend viel me iets raars op. Ik had ineens love handles, een zwembandje, ronde vormen, hoe je het ook noemen wilt. En mijn buik was ook wel erg bol. Ik vond het maar vreemd aangezien ik normaal een rechte bonenstaak ben. Omdat ik voor de darmperforatie waar alles mee begon ook een opgezette buik had vond ik dit wel een beetje eng. Maar de arts stelde me gerust. Het zou vanzelf weg trekken, het was vocht en mijn lichaam was gewoon een beetje anders van vorm nu vanwege het vele liggen.

Helaas had de arts rond het middaguur slecht nieuws voor me. Ik moest nog blijven. Dit was een enorme klap in mijn gezicht. Ik was er zo van overtuigd dat ik naar huis zou mogen omdat ik me zo goed voelde. Zou het dan toch nog mis gaan? Zou die ontstekingswaarde betekenen dat er misschien ergens een lek zat? Zou mijn buik daarom zo opgezet zijn? Misschien ging het nu wel ook allemaal veel te makkelijk.

Rond half drie kwam de chirurg nog eens langs samen met de zaalarts. Hij vroeg hoe het met me ging waarop ik antwoordde dat het heel slecht ging. Dit verbaasde hem en hij vroeg waarom. Ik legde uit dat ik zo had gehoopt dat ik naar huis zou mogen vandaag dat ik er flink van baalde dat ik nog moest blijven. Toen zei hij “Van mij mag u naar huis” Eerst vroeg ik nog of hij een grap maakte maar hij bleek het te menen. Natuurlijk maakte ik het weer flink ongemakkelijk door heel hard te gaan huilen en ook Martijn huilend op te bellen die daardoor eerst dacht dat er wel iets heel ergs aan de hand moest zijn. Rond vier uur waren Martijn en Casper in het ziekenhuis. Ze zouden al langskomen om me te bezoeken maar tegen alle verwachtingen in mocht ik dan toch met ze mee. Wat was het weer een opluchting om dat gebouw uit te lopen en lekker naar huis te gaan.

Inmiddels ben ik alweer een dikke week thuis. Het gaat best goed. Ik heb ervaringsverhalen gelezen van anderen die dezelfde operatie ondergaan hebben die na een paar weken nog bijna de hele dag op het toilet zaten. Dit is mij gelukkig bespaard gebleven maar ik moet wel zo om de twee uur naar het toilet. Eigenlijk komt het een beetje op hetzelfde neer als toen ik nog een stoma had en mijn zakje moest legen. Groot voordeel is wel dat ik ’s nachts gewoon door kan slapen (mits Calista dit toelaat!)

De leefregels na deze operatie zijn vergelijkbaar met die van na een keizersnede, maar deze operatie is me wel een stuk zwaarder gevallen. Na de geboorte van Calista zat ik binnen een week weer op de fiets. Nu is dat nog niet gelukt. En al zou ik willen, dan zou ik Calista niet achterop mogen tillen.

Het onderste stukje van de grote hechting is open en daarnaast heb ik de wond nog waar het stoma zat. Gelukkig was het dit keer niet nodig om de thuiszorg te laten komen om de wonden te verzorgen maar ik vind wel dat ik minimale uitleg heb gekregen wat ik er het best mee kan doen. Ook heb ik amper materiaal meegekregen maar gelukkig had ik nog wat liggen van vorig jaar. Ik hoop dat de boel snel dicht groeit!

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge