En toen was het ineens d-day (voor mij dan toch!)
operatie
 

Dertien dagen geleden was het ineens zover; ik had de mevrouw van de opnameplanning aan de lijn en ze vertelde me dat de datum voor de operatie voor het opheffen van mijn ileostoma bekend was. Ik mocht me op 22 januari om kwart over tien ’s ochtends nuchter melden in de centrale hal van het ziekenhuis. Half in shock noteerde ik de datum en bedankte haar. Men had me verteld dat ik de datum een week van te voren door zou krijgen maar in plaats daarvan had ik nu nog drie en halve dag om alles voor te bereiden. Eigenlijk wilde ik heel hard wegrennen, maar ik was er te moe voor dus ik besloot maar te berusten in mijn lot.

Calista brachten we op zondagavond naar mijn ouders. Zij en ik moesten allebei huilen. Ik vond het voor haar misschien allemaal nog wel het ergst, omdat ik mezelf zo in haar herken; zij is een moederskind en dat was ik ook. Hoe lief mijn oma vroeger ook altijd was, één nachtje slapen was altijd mijn max en wat keek ik dan weer uit naar het moment dat mijn moeder – die ook heel lief was maar toch echt ook strenger dan oma – me weer op kwam halen! En Calista ging nu dus voor – naar verwachting – een week.

De volgende ochtend brachten we Casper naar school en reden daarna naar Capelle aan den IJssel. Uiteraard kwamen we weer veel te vroeg aan bij het IJsselland ziekenhuis. Martijn verzekerd me altijd dat we in een monsterfile terecht komen wanneer we die kant op gaan maar daar is tot nu toe nog nooit sprake van geweest. En dus brachten we nog een uurtje door in de parkeergarage in de auto. Ik stierf van binnen duizend doden en Tijn zocht ondertussen iets lekkers uit van de menukaart van de lokale Indonees waaraan hij zich die avond tegoed wilde gaan doen. Ook maken we nog een filmpje.

En toen liep het ineens tegen tienen. Bij de balie kreeg ik te horen dat ik eerst bloed moest laten afnemen. Daarna mocht ik me melden op de afdeling waar ik eind 2016 een paar weken heb gelegen. Het bloedafnemen verliep gelukkig soepel. Ik heb vaak meegemaakt dat de buisjes niet vol willen lopen en er meerdere pogingen door meerdere personen moeten worden ondernomen. Maar nu ging het goed. Hierna gingen we naar boven. Daar werd ik door een verpleegkundige die ik nog van mijn vorige opname herkende opgevangen en voorbereid. Tot mijn grote opluchting kreeg ik wederom een eenpersoonskamer. Wat een heerlijkheid! Ik kon het bijna niet geloven. De gedachte om een week lang met 3 of 5 anderen op een kamer te moeten doorbrengen vond ik namelijk afschuwelijk en het leek me misschien nog wel het zwaarste van alles. Ik ben namelijk een echte introvert en erg op mezelf. Ik zit al snel aan mijn sociale maximum en moet me dan echt terugtrekken wil ik niet doordraaien (wat meestal neerkomt op spontaan in huilen uitbarsten)

BRMO

Tijdens mijn vorige opname werd duidelijk dat ik een bacterie bij me droeg, een Bijzonder Resistent Micro Organisme (BRMO) Alle bacteriën die niet meer reageren op de meest gebruikte antibiotica worden zo genoemd. Een bekend voorbeeld hiervan is de MRSA waar je misschien weleens wat over hebt gehoord. Deze variant komt veel voor binnen de veehouderij en er word regelmatig over bericht in de media. Ik heb geen MRSA maar een andere variant, al weet ik niet precies welke. Wat belangrijk is voor mij is dat ik er geen last van heb en het ook niet risicovol is voor mijn gezin. Ik ben een drager van de bacterie maar hij maakt mij niet ziek. Wel kan het gevaarlijk zijn voor andere patienten in het ziekenhuis wanneer zij erg verzwakt zijn. En daarom werd ik ook dit keer weer in isolatie verpleegd. Dit betekende onder andere dat ik dus een kamer voor mijzelf kreeg en het personeel dat mij verzorgde een wegwerpschort en handschoenen aan moest trekken.

Omdat men niet zeker wist of ik de bacterie nog bij mij droeg (net zomin dat bekend is hoe ik aan deze bacterie kom, het kan zijn dat ik hem heb opgelopen toen de inhoud van mijn darm mijn buik in is gelopen maar wellicht heb ik hem al veel langer) wilden ze nog even een kweek doen, vertelde de verpleegkundige me bij binnenkomst. Naiëf als ik was dacht ik dat dit iets met een bloedmonster te maken had ofzo maar ze overhandigde me een lange wattenstaaf in een kokertje en legde uit dat dit toch echt rectaal moest gaan gebeuren. En of ik dat zelf kon of dat ik hulp nodig had. BOEM! Welkom terug in het ziekenhuis! En laat je schaamte vooral thuis.

Over schaamte gesproken; mijn lichaam vond het weer eens amusant om juist nu weer eens flink ongesteld te worden. Net zoals toen ik een darmonderzoek had en tegen hetzelfde euvel opliep. Het is namelijk niet echt praktisch wanneer je voor de operatie enkel zo’n operatiehesje aan mag trekken. Uiteindelijk besloot ik maar een wegwerpmatje uit de kast te trekken en daarop plaats te nemen. Voor de operatie kreeg ik natuurlijk nog mijn ziekenhuisarmbandje om en moest ik ook nog een maagbeschermer en twee paracetamol innemen. Rond half één was het dan eindelijk zover en werd ik naar het voorportaal van de hel de voorbereidingsruimte gebracht.

Of ik nerveus was? Ik ben vast niet de enige die soms van die momenten heeft waarop het lijkt dat je zelf de controle niet meer hebt, alsof iemand anders het even van je overneemt. Zo voelde ik me toen dus ook. Gelukkig was iedereen hier weer super vriendelijk. De gegevens werden nog maar eens gecheckt (naam, geboortedatum, welke operatie er moest worden uitgevoerd) en ik moest mijn lengte en gewicht doorgeven. Ik kreeg de plakkers op mijn lichaam om alles tijdens de operatie goed in de gaten te kunnen houden en het infuus werd geprikt. Dit was nog een uitdaging want de aders in mijn hand hadden zich spontaan verstopt. Ik denk dat de verpleegkundige er wel twintig minuten mee bezig is geweest om ze te lokaliseren. Vervolgens zette hij hem wel in één keer goed trouwens. Het duurde even maar het resultaat was het wachten waard; ik heb weleens infusen gehad die een stuk rottiger geprikt waren.

Vervolgens kwam de anesthesioloog met een stagiaire en een assistent om de epiduraal (ruggenprik) te zetten. Tijdens de screening/voorbereiding op deze operatie in september was mij deze vorm van pijnbestrijding geadviseerd. De kans op veel verklevingen en – daaruit voorkomend – veel pijn na de operatie was groot omdat ik al zes keer eerder een buikoperatie – inclusief de keizersnede bij de geboorte van Calista – had gehad. Na mijn vorige operaties had ik een morfine pomp gehad. Ik herinner me hier nog van dat ik er misselijk van werd. Ook had ik hallucinaties en hoorde ik stemmen. Een alternatief hiervoor wilde ik dus zeker proberen. De epidurale verdoving die ik dit maal kreeg was niet zoals tijdens te keizersnede toen ik geen gevoel meer had in mijn onderlichaam en dit ook niet meer kon bewegen. Alleen de pijn werd weggenomen; verder had ik nog gewoon controle over mijn lichaam. Ik kon alles dus nog gewoon bewegen. Aangezien je vaak over problemen met de ruggenprik leest, zoals dat er misgeprikt wordt met alle gevolgen van dien, was ik erg opgelucht toen me verteld werd dat de prik op zijn plek zat.

Het liep al tegen half twee toen het dan eindelijk zover was. Ik werd meegenomen naar – ik meen – operatiekamer acht. Hier mocht ik overstappen naar de operatietafel. Ik kreeg nog een warmtedeken om (volgens mij had ik er inmiddels al drie!) en mijn armen werden vast gemaakt. Hier ontstond nog wat ophef over het BRMO verhaal. Het was inderdaad opmerkelijk dat mijn operatie zo midden op de dag stond ingepland terwijl het ziekenhuis dus wel van de BRMO op de hoogte was. Tijdens mijn vorige opname werden mijn operaties namelijk aan het eind van de dag ingepland omdat er extra ontsmet moet worden na een operatie van iemand met een BRMO. Ook hier moest het o.k. personeel weer extra beschermende kleding aantrekken maar hier kwamen ze dus pas achter toen ik al op de operatietafel lag.

Er werd gevraagd of ik al had bedacht waar ik over ging dromen. Ik antwoordde dat het vast heel cliché was, maar dat ik toch over mijn kindjes wilde gaan dromen. Ik kreeg het kapje over mijn mond en neus gedrukt. Eerst kreeg ik nog wat extra zuurstof en daarna kwam de narcose. “Adem maar goed diep in!” Ja en dat deed ik dan maar.

—-

De droom kan ik me niet meer herinneren. Om eerlijk te zijn kan ik me sowieso vrij weinig herinneren. Maar zoals altijd vraag ik wanneer ik weer enigszins wakker ben direct of de operatie geslaagd is. En dat is zo! En dat betekent dus dat mijn stoma weg is. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeer ik zo snel mogelijk weer echt wakker en helder te worden. Nu is dat na een normaal slaapje al een struggle voor mij dus laat staan na een narcose. Maar het lukt toch aardig. Op de uitslaapkamer krijg ik een perenijsje en concentreer ik me op de stem van een andere patient; een oudere man vertelt een aantal keer hetzelfde verhaal over zijn lichamelijke gebreken aan verschillende personeelsleden. Het zorgt ervoor dat ik niet weer in slaap sukkel. Na verloop van tijd word ik opgehaald en weer naar mijn kamertje op de afdeling gereden. Martijn zit daar al op me te wachten en voor dat ik het door heb duwt hij een telefoon in mijn hand. Wat ik zeg weet ik niet meer, maar aan de andere kant van de lijn hoor ik mijn opgeluchte moeder.

Hoe het herstel na de operatie verloopt zal ik volgende keer vertellen!

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge